dinsdag 29 maart 2011

Twee

Ongeveer een jaar nadat Lou was geboren waren we het er helemaal over eens dat we graag nog een kindje wilden. Toen ik zwanger was van Concha waren het vooral de horror verhalen over gezinnen met twee jonge kinderen die overheersten. Overspannen ouders die niet meer sliepen en vooral pasgeboren huilbaby’s in combinatie met op het terroristische af jaloerse peuters die nog alleen maar driftbuien hadden. Ik heb geprobeerd me niks aan te trekken van deze praatjes en hoopte op het beste. Het zijn immers altijd de ellendige verhalen die mensen graag vertellen. Een babbeltje over een harmonisch gezin waarbij alles goed gaat overleeft het niet lang langs de rand van de zandbak. En toen was het zover, ze was geboren. Natuurlijk sliepen we minder en was er opeens een baby in huis die huilde maar gelukkig viel het allemaal mee. Lou leek niet erg onder de indruk van wat er allemaal gebeurde. Het was wel even wennen voor hem dat hij de aandacht van zijn ouders moest delen, maar al snel had hij door dat als de baby moest drinken hij dan het beste een boekje kon gaan lezen en dat een speen goed hielp tegen een krijsend zusje. De eerste weken waren gek, opeens was ze er en onze routine was even zoek. We bleven kalm en de routine kwam als vanzelf weer terug. Al snel was het of het altijd zo was geweest, met z’n vieren. Uiteraard is het niet altijd koek en ei als ze allebei per se dat ene poppetje willen, of wanneer er gevochten wordt om een halve soepstengel. Maar het is duidelijk dat ze elkaar lief vinden en dat ze zich niet kunnen voorstellen dat de ander er niet zou zijn. En nu ze achter elkaar aan rennen en Concha haar grote broer nadoet en Lou zijn zusje beschermt, dringt het steeds beter tot me door dat ze samen opgroeien en dat ze samen straks jeugdherinneringen zullen hebben. Voor hen zal er geen verleden zijn zonder elkaar. Ze zullen elkaar hebben om de onbedoelde trauma’s die hun moeder ze heeft bezorgd te kunnen bespreken en wie weet worden ze ook vrienden. Het klinkt wat melancholisch maar als jong kind heb ik altijd een broertje of zusje gewild en nu zie ik weer waarom.

vrijdag 18 maart 2011

De Bakfiets


Er waren twee dingen die veel van mijn (nog) kinderloze Amsterdamse vrienden zeiden toen ik zwanger was:

  1. Nu gaan jullie zeker ook verhuizen naar Almere.
  2. Oh, en dan kopen jullie dus ook een bakfiets.


En vandaag hebben ze deels gelijk gekregen. Wij hebben een mooie zwarte bakfiets gekocht. Niet een kleine, nee de Grote. Na een wiebelige testrit, inclusief een bijna botsing met een stilstaande auto, wilde we het kleinere model kopen. Maar de fietsenverkoopster zei dat groeiende kindjes een boel bagage en vriendjes verzamelen, en dat overtuigde ons.

Dus namen wij de Grote bakfiets; zodat we over een paar jaar een heel kinderpartijtje in één keer naar de geitenboerderij in het Amsterdamse Bos kunnen verkassen. Ook kochten we een bijpassende grote bel die heel hard DINGDONG doet, zodat men weet dat er een Grote bakfiets aankomt. (‘Aan de kant, aan de kant!’)


De fietstocht naar huis verloopt wonderwel een stuk stabieler dan de testrit. Ik kom erachter dat de Grote bakfiets in de derde versnelling een stuk minder vernielingsdrang heeft en ik durf zo waar een brug op (en af) te rijden. Ik ontwijk een ambulance en steek een drukke straat over. Dit gaat goed! De adrenaline raast door mijn lichaam. Ik besef me dat dit over een tijdje de normaalste zaak van de wereld gaat zijn, maar vandaag maken we als toerist in eigen stad foto’s op een Amsterdams bruggetje. Kijk ons eens stralen met onze mooie nieuwe bakfiets.


Eenmaal thuis loeren we om de 10 minuten uit het raam. ‘Staat hij er nog?’ In de fietsenwinkel werden we gewaarschuwd voor de levendige handel in gestolen bakfietsen op internet.

De bakfiets heeft in Amsterdam de reputatie bereden te worden door yuppen uit kindvriendelijke buurten als Oud-Zuid of IJburg. Bakfietsende moeders hebben King Louie jurkjes aan met een elegant hakje, de bakfietsende vader stuurt met zijn ene hand en bedient met de andere zijn iPhone. Hun kinderen hebben bloemen in het haar en voeren gesprekken over hun dans- en muzieklessen.

En daar zitten wij dan achter ons raam; driehoog achter in de Baarsjes. De buurt die een paar jaar geleden door een studiegenoot bestempeld werd als de getto van Amsterdam. We hebben onze Grote bakfiets met twee sloten vastgemaakt en veilig toegedekt onder zijn regenscherm, maar hij staat daar wel heel alleen buiten. Zou hij er morgen nog zijn?



Roos

woensdag 16 maart 2011

Verstandig

Ik ben negenentwintig en heb twee kinderen, ja u leest het goed: negenentwintig en twee kinderen. Daar komt ook nog bij dat ik twee weken geleden ben afgestudeerd, ja inderdaad pas twee weken geleden en dat terwijl ik, ja inderdaad al negenentwintig ben. Ik ben niet de doorsnee twintiger. Op de faculteit der geesteswetenschappen ben ik maanden lang aangestaard toen ik daar met een zwangere buik tijdens pauzes chocolademuffins naar binnen werkte als of mijn leven ervan af hing. En dat aanstaren kwam volgens mij toch vooral door die buik en niet zo zeer door het schransen. Trouwens dat schransen gebeurt bij mij ook zonder zwangerschap en dan uiteraard met minder enthousiasme maar dat terzijde. Het laatste tentamen dat ik maakte tijdens mijn eerste zwangerschap maakte ik op het opklaptafeltje naast mij omdat mijn buik zo dik was dat het tafeltje vóór me niet uitgeklapt kon worden. Of het niet zwaar was studeren en moeder zijn, is de meest voorkomende vraag die mij de afgelopen drie jaar is gesteld. Niet zwaarder dan wanneer ik had gewerkt denk ik, aangezien ik een studie heb voltooid die erg leuk was en waarmee ik helaas geen baan kan vinden maar die me wel de vrijheid gaf om te werken wanneer ik wilde. Van een traditioneel studenten leven is bij mij nooit sprake geweest, die heb ik geloof ik meer tijdens mijn middelbare schooltijd beleefd, dus daar heb ik geen afscheid van hoeven te nemen na de uitslag van de predictor. Uiteraard was ik een vreemde eend in de bijt op de UvA. Maar gek genoeg maakten mijn zwangerschappen mij eerder tot een rebel binnen de academische wereld dan tot een duffe huismoeder. Kinderen krijgen was iets wat mijn medestudentes graag wilden maar niet durfden of wilden tot dat ze een zekere toekomst hadden. Bij die zekere toekomst heb ik nooit stilgestaan, niet bij mijn studiekeuze en ook niet bij het bepalen van wanneer ik het beste moeder kon worden. Wat die laatste keuze betreft ben ik blij dat ik niet te verstandig ben geweest.

Blanca

dinsdag 8 maart 2011

3 redenen waarom 30 worden voor mij geen drama is.

Dertig worden lijkt een onheilspellende gebeurtenis te zijn als ik mijn leeftijdsgenoten mag geloven. Waarom? Twintiger zijn is zo lekker vrijblijvend. Als je 30 wordt begint de ellende. Je wordt oud en keuzes en dilemma’s dringen zich aan je op.
Ik nader de cruciale grens, maar ben de rust zelve.

1.

Vorig jaar was ik op mijn verjaardag hoogzwanger en prevelde ik tegen mijn ongeboren dochter dat ze die dag moest blijven zitten waar ze zat. Ze bleek gehoorzaam maar melde zich de volgende dag tijdens het ochtendgloren en ’s middags was de geboorte van Ronja een feit! Ik heb het idee heb dat ik vijf jaar ouder ben geworden in plaats van slechts een.
Het afgelopen jaar heb met grote ogen en stralend van trots gezien hoe zij leerde eten, kruipen, klappen en dansen. Ik ben er tot in het diepst van mijn ziel van overtuigd dat er niemand zo fantastisch is als Ronja. Ik ben kortstondig gefrustreerd geweest toen alle gelukzalige en onaangename clichés, tegen welke ik me jaren had verzet, waar bleken te zijn. Ik zou toch nooit zo’n week moedermens worden! Ook de uitgemolken waarheden over slaaptekort en doorkomende tandjes kwamen uit, en brachten de voorspelde dalen, wanhoop en tranen. Maar eerlijk is eerlijk, inmiddels zitten we weer aardig op de rit.
Ik heb me met mijn tere moederhart verzoend en geniet. Voor het afgelopen jaar heb ik echter maar twee woorden: Intense achtbaanrit. En Ronja’s treintje raast vrolijk door, dwars door onze dagen en nachten heen. Misschien dat na mijn dertigste verjaardag mijn gevoelsmatige en mijn daadwerkelijke leeftijd weer wat dichter bij elkaar liggen.

2.

Ik word dertig, zij wordt een. Dit jaar vallen onze verjaardagen allebei mooi in het weekend; ik heb de zaterdag, zij de zondag. En het volgende staat vast: de eerste verjaardag van Ronja moet groots gevierd worden.
Doordat we zo dicht op elkaar jarig zijn, zullen wij naar verwachting in ieder geval de komende 12 jaar vastzitten aan combinatiefeestjes. De verjaardagen van lang vervlogen tijden met bier en dansen tot in de nachtelijke uurtjes, staan in bizar contrast met het door ons geplande middagje ‘Oud Hollandsche koffie, thee en taart’.
Het aparte is dat we het al weken slechts over het verjaardagspartijtje van Ronja hebben. Niets geen combinatiefeestje dus. Soms probeer ik mijn man, als onvolwassen twintiger die ik nog ben, te verbeteren door getergd te zeggen: ‘Ik word die zaterdag eerst nog dertig hoor’. Maar mijn woorden lijken in een diepe echoloze put te vallen. En dat is prima, ik vind ook dat het haar feestje is.
Dertig worden is volgens mijn moederbrein geen mijlpaal maar eerder een hectometerpaaltje. Een heel mooi versierd en degelijk hectometerpaaltje, dat wel.
Maar een éérste verjaardag, dát is pas een mijlpaal.

3.

Nienke Wijnants schreef een boek over het dertigersdillema. Toen ik in het derde trimester van mijn zwangerschap zat, was zij te gast in een programma van BNN over deze nieuwetijds ziekte. De (aanstormende) dertigers zijn een generatie die opgegroeid is in een samenleving waarin meer en meer mogelijk werd en waarin alles voor handen was. Nu de dreigende dertigersgrens nabij komt of overrompeld heeft, slaat de keuzepaniek toe.
Wat te kiezen uit tientallen, misschien wel honderden mogelijkheden; kinderen of carrière, reizen, trouwen, een jaren dertig woning of toch maar een woonboot? Hoe bereik je perfectie? Wat als ik de verkeerde keuze maak?
Chantal Jansen en Ruben Nicolai vroegen Nienke Wijnants wat nu de remedie was tegen deze dertigers depressie. Zij antwoordde: Toch gewoon een keuze maken en vanuit daar verder zien. Tevreden aaide ik over mijn dikke buik.
Of ik echt een baby wilde? Ik had geen flauw idee. Maar als inmiddels bijna dertiger kan ik zeggen dat het doorhakken van de kinderknoop de beste keuze is die ik in mijn leven gemaakt heb.







Vriendelijke dertigers groet, Roos