woensdag 20 april 2011
Weekendje weg
Uiteraard wilde Ronja bij het afscheid geen kusje en knuffel geven of ontvangen en zat ze triomfantelijk lachend bij haar vader op de arm. ‘Dada dagg, daadaggg’ zei ze terwijl ze blij zwaaide. Zo snel als ik kon gaf ik Peter een kus en hobbelde met natte ogen de trappen af.
Vochtige ogen wegvegend besefte ik me dat ik blij mag zijn dat Ronja zo makkelijk en tevreden bij haar vader achterblijft. Ik weet dat ze samen een topweekend gaan hebben en dat ik met een gerust hart weg kan gaan. Ik besef me ook dat ik voor het eerst in 14 maanden twee nachten rustig door en -uit kan slapen. Dus ik besluit tot een positieve mindset, die zich wat gemakkelijker laat toepassen als ik eenmaal met mijn vriendinnen in de auto zit en de goeie gesprekken en flauwe grappen zich aandienen.
Ik vermaak me goed. Vooral in alle rust uitgebreid koken zonder huilend kind, vieze luiers of een lopende snotneus bevalt goed. Ik dompel me onder in rustig een boekje lezen, rondje shoppen in Bolsward, filmpjes van vroeger kijken en lange nachtelijke gesprekken. Lang leve de vrijheid
De tweede ochtend, de dag van vertrek, begint het te kriebelen. Ik krijg een lief smsje van thuis, mijn hoofd mist mijn eigen kussen en ik heb zin om lekker met Ronja te tuttelen. Eigenlijk wil ik niets liever dan naar mijn gezin, maar ik geniet nog even van de lol en de Friese zon bij onze riante villa.
De rit terug naar Amsterdam voelt dubbel. Vroeger deed ik niets liever dan deze weekendjes weg. Als ik toen naar huis reed was ik moe, maar wilde volgende week nog een keer. Nu ben ik moe en voldaan maar gevoelsmatig niet van plan om ooit nog een nachtje van Ronja weg te zijn. Ik wil haar vannacht weer horen snurken, en om haar lachen als ze trots laat zien dat ze mijn onderbroek als vestje heeft aangedaan.
Als ik de auto uitstap staan mijn twee schatjes al beneden. Ronja op Peters arm, ze lachten, zwaaien en ik krijg een dikke snotneus kus. Heerlijk om weer thuis te zijn.
Roos
dinsdag 12 april 2011
Safari
Het is weer mooi weer en dat betekent voor mij dat het foto seizoen weer begonnen is. Vanaf halverwege april tot eind september is het foto seizoen en verdedig ik als een ware leeuwin mijn kroost tegen toeristen met een foto camera. Dit gaat meestal als volgt; ik fiets met mijn schattige kindertjes door de binnenstad van Amsterdam richting een park, speeltuin, zwembadje of dierentuin. We stoppen bij een stoplicht of staan even stil omdat er speen zoek is, en dan komen ze. Meestal zien we hoe een stel uit de VS, Frankrijk, Spanje of Engeland ons, hun prooi, nadert. Ze smoezen, fluisteren en overleggen tot dat zij haar goedkeuring geeft en hij dichterbij komt. Op dit moment heeft de leeuwin het stel al een tijdje geobserveerd en vreest dat haar welpjes aangevallen zullen worden door duizenden mega pixels. De leeuwin die ondertussen het verkeer en haar welpjes in de gaten probeert te houden ziet hem zijn lens op haar gezin richten en voelt haar woede opkomen en haar hart in haar keel bonzen. Ze begint nee te schudden en schreeuwt in haar beste Engels dat hij geen foto’s van haar kinderen moet maken. De jager voelt zich betrapt, laat het fototoestel weer voor zijn gezette middelbare -leeftijd -buik hangen en wijst naar het dichtstbijzijnde historisch pand en wenkt dat hij van plan was om dit architectonisch hoogstandje vast te leggen in plaats van de kindertjes in de bakfiets. De leeuwin ontspant even maar als ze dan weer kijkt ziet ze hoe het apparaat wederom naar haar kleintjes is gericht. Ze werpt nog een boze blik en dat is het groen en tijd om boos en verbaasd over de volharding van de jager weer verder te fietsen. U zult zich afvragen wat er mis is met een foto. Niks natuurlijk zolang ik beslis wie er een foto van mijn kinderen heeft. Misschien ben ik ouderwets, te gesteld op mijn privacy of gewoon raar maar ik vind het niet meer dan normaal dat je vraagt of je een foto van iemands zijn kinderen mag nemen, vooral als je toch voor diegene zijn neus staat. Maar goed deze woede tegen toeristen met fototoestellen in de buurt van mijn kinderen is overgeslagen op het oudste welpje. We stonden voor een stoplicht op de Dam onderweg naar Artis. “Mamma die meneer maakt een foto van ons, dat willen we niet, toch?” De leeuwin realiseerde zich op dit moment maar weer eens dat kleine welpjes alles over nemen van hun soms zonder aanleiding op haar hoede chagrijnige moeder en besloot het gevecht tegen de jagers op te geven en volgende keer samen met haar welpjes naar het vogeltje te lachen.
Blanca
maandag 4 april 2011
Grote stapjes, kleine stapjes...
‘Ze loopt, ze loopt’ riep Peter vanuit de huiskamer naar me, terwijl ik in de keuken een tarte tatin aan het bakken was.
Toen ik eenmaal arriveerde zat ze echter alweer met haar blokkenstoof te spelen. Ronja leek niet echt onder de indruk van haar zojuist genomen drie stapjes. Nu, een week later, banjert ze vrolijk heen en weer door het huis. We laten haar van papa naar mama lopen terwijl we wijdbeens op de grond zitten en ontvangen haar met open armen en veel applaus. Zij klapt ook in haar handjes en straalt van trots; een glimlach van oor tot oor. Het is alsof ze denkt: Eindelijk! Als haar benen het even begeven kruipt ze stellig naar een stoel om zich weer op te trekken en daar gaat ze weer. Tot ze haar evenwicht verliest en haar val gebroken wordt door haar luier. *Plof*
Ronja heeft de gave om dingen voor het eerst te doen op markante momenten.
Zo zette de bevalling in tijdens de nacht dat het kabinet viel en begon ze te kruipen op Prinsjesdag. De ‘loop-première’ kregen we op de eerste dag van de lente. Waarschijnlijk hebben we deze traditie zelf in gang gezet doordat we de zwangerschapstest op Vaderdag deden.
De verloskundige zei tegen me: ‘Tijdens de zwangerschap wil je dat je kind gemiddeld is, daarna niet meer’. Maar of wij dat nou wilden of niet, Ronja kreeg volgens het boekje met precies 6 maanden haar eerste tand. En nu loopt ze met 13 maanden terwijl ik overal lees dat peutertjes dat tussen de 12e en 14e maand gaan doen. Echter, ik vind haar niet gemiddeld. Zoals een goede ouder betaamt vind ik Ronja het meeste bijzondere meisje ter wereld. Toen Peter, die Ronja ook het meeste bijzondere meisje op aarde vindt, deze gevoelens met zijn moeder deelde, zei zij: ‘Ja, maar dat vinden alle ouders’. Waarop Peter stralend van geluk zei: ‘Ja, ik denk ook dat álle ouders Ronja het meeste bijzondere meisje op aarde vinden’.
Ronjas loopkunsten vergen een geheel nieuwe beveiligingscheck door het huis. De hoeken van de tafel zijn inmiddels voorzien van bumpers en alle stopcontacten zijn voorzien van een beschermplaatje. Het traphekje voor de keuken hadden we al in gebruik. Nu Ronja kan lopen vindt ze het fantastisch om in de keuken te gaan staan en vervolgens het hekje dicht te doen, zodat ik er niet meer in kan. Ik moet natuurlijk opvoeden en duidelijk maken dat ze écht de keuken niet in mag.
En dat ga ik heus doen.. morgen, of volgende week...
Eerst nog even genieten van hoe ze lopend schaterlacht als ze mama in ‘de rest van het huis’ opsluit.
Roos