dinsdag 26 juli 2011

Meisje

Vroeger dacht ik dat meisjes van poppen hielden omdat ze die kregen. Nu weet ik beter. Bij een van haar eerste bezoekjes naar de speelgoed winkel, ze was denk ik nog net geen jaar, dook ze op een stapel met babypoppen. Ik droeg haar en probeerde door te lopen naar de blokken maar zij gilde en gooide zichzelf ongeveer op de grond. Ze was niet meer weg te krijgen uit de roze hoek waar barbies, minikinderwagens en bolle baby’s domineerden. Ze kon nog maar net zelfstandig staan, iets wat ze nauwelijks een volle minuut kon volhouden, maar op dat moment heeft ze al haar kracht bijeengeraapt om zolang mogelijk van al dat speelgoed te kunnen genieten.

En wat kun je anders doen dan haar een pop geven. Thuis hadden we er al eentje die van Lou was geweest, die mocht ze wel van hem overnemen. Hij heeft het een paar keer een flesje gegeven om vervolgens de pop voor altijd te vergeten. Concha daarentegen kan de hele dag als een soort van minimoeder in de weer zijn met haar kleine, die laatst de naam Vijf van haar heeft gekregen. Vijf wordt zo’n beetje om de tien minuten verschoond, gevoed en in bed gelegd. Maar wat de moeder van Vijf vooral doet is haar baby in en uit de buggy halen en haar rondjes om de tafel rijden.

Misschien is het bij ons toeval maar hij heeft het al na drie minuten gezien met dat baby gedoe en zij loopt de hele dag achter een kinderwagen met het liefst dan ook nog een pop onder haar T-shirt.

Gelukkig vindt ze het ook heerlijk om samen met haar broer met de duplo te bouwen. Maar na een tijdje kan ze het dan toch niet laten om een duplo mannetje in het pas gebouwde huis in bed te leggen. Mijn meisje.

Blanca

dinsdag 19 juli 2011

Naar Buiten

Het is heerlijk om te merken hoe Ronja, nu ze nog niet echt kan praten toch communiceert. Een van haar nieuwste woorden geeft gelijk haar grootste behoefte aan: 'Buituh', wat zoveel betekent als 'ik wil naar buiten'. Of het nou het park, het balkon of het dakterras bij oma is, Ronja wil de wind in d'r haren voelen. Als ze net wakker is pakt ze haar jas en legt die voor mijn voeten neer en zegt: ‘Buituh, buituh, buituh!’. Ik maak ondertussen ontbijt en pers sinaasappels voor ons uit. Vervolgens rent ze terug naar haar kamer en komt aanlopen met twee verschillende schoenen, drie sokken, of laatst met twee paar schoenen. ‘Buituh, buituh, buituh!’. Als dat niet helpt, pakt ze mijn schoenen of mijn jas en tas. Als mama dan nog niet naar wens reageert zet ze haar laatste redmiddel in en begint met twee handjes op de voordeur te slaan. Buituh, buituh, buituh!’.

Met goed weer zijn we de hele dag bij de zandbak, de geitenboerderij of crossen we op de fiets door de stad. Maar op regenachtige dagen moet ik mijn kleine meid even teleurstellen, wat leidt tot een hoop gedrein, gestamp en drama. Dit tot irritatie van onze onderbuurvrouw die sinds kort met een bezem tegen haar plafond klopt als het gedreun haar teveel wordt. Ze echoot het stampritme van Ronja net zolang na, tot ik geen andere uitweg zie dan het huis toch maar te verlaten. Vaak komt het er op neer dat ik met 11 kilo kind en verweekte zwangere spieren naar beneden zeul om tussen de buien door naar het park te gaan.

Ronja wil haar rode laarzen absoluut niet aan, maar haar gloednieuwe gele regenjas gelukkig wel. Vrolijk rent ze met doorweekte schoenen door het gras en gilt van plezier. Ze ziet vogels, bloemen, honden en bomen, wijst ernaar en benoemt ze. Als we bij het speeltuintje aankomen banjert ze enthousiast door het modderige zand en klimt met mijn hulp de glijbaan op. Ik poog het glijvlak nog een beetje af te deppen met een zakdoek en dan laat Ronja zich met een vaartje naar beneden roetsjen. Ze land veilig op haar billen en zegt vertederend: ‘Boem’.

Aangezien ze al drie maanden hoest, niest en talloze tinten snot gepresenteerd heeft, vraag ik me af of deze natte uitjes wel zo verantwoord zijn. Eén blik op een stralende Ronja neemt al mijn zorgen weg, geluk is tenslotte het beste medicijn wat er is, nietwaar? Als ik de lucht te dreigend grijs vind worden, bewegen we ons langzaam weer richting huis en zijn vaak net voor de volgende bui weer binnen. Dan is Ronja vaak zo gesloopt van de buitenlucht dat ze lekker haar warme melk drinkt en als een blok in slaap valt.

Roos


dinsdag 12 juli 2011

Vier

Vorige week maandag is mijn kleine jongen vier jaar geworden. Hij was er al een tijdje mee bezig. Niet meer naar de crèche, afscheid nemen van de voorschool en vooral de grote overgang maken naar de basisschool. Nu het zover was kon hij niet wachten met uitdelen op het kinderdagverblijf. Het schijnt vaak voor te komen dat wanneer je drie en een half bent je het wel hebt gezien tussen de baby’s en de kleine peuters. Hij heeft het er fijn gehad en de lieve leidsters hebben altijd goed voor hem gezorgd maar het is tijd voor iets nieuws.

En zo heeft hij een week lang afscheid genomen van twee plekken waar hij niet meer zal komen. Toen we diezelfde week naar Artis fietsten liet hij me ook weten dat dit het laatste bezoekje naar de dierentuin zou zijn aangezien hij vier is. Er verandert veel voor hem. Hij verkondigde ook dat hij geen peuter meer was en dat de tijd voor lolly’s en snoep was aangebroken. Gelukkig is hij op dit laatste punt niet teruggekomen.

Hij is niet de enige die er mee bezig is. Ik moet de hele tijd denken aan september, dan gaat hij naar school en is hij geen klein kindje meer. Dan loopt hij met zijn rugzakje tussen de grote kinderen aan mijn hand naar zijn klaslokaal. En voordat ik het weet is hij één van die grote kinderen en wil hij niet meer aan mijn hand lopen. Maar zoals hij zelf altijd zegt, als hij later groot is, en een vader is blijf ik ook altijd zijn moeder. En dat vind ik een fantastische gedachte.

Blanca

dinsdag 5 juli 2011

Goedbedoeld?

Ik had uit verschillende hoeken al vernomen dat zwangere vrouwen en jonge ouders vaak het slachtoffer zijn van ongevraagd advies. Aangezien ik op het moment onder beide categorieën val ben ik natuurlijk een aantrekkelijk doelwit. Zo bleek ook de afgelopen weken.


Een frappant voorbeeld is de opmerkelijke raad die ik een paar weken geleden van een ‘Nordic Walkende’ bejaarde dame kreeg. Tijdens een wandeling met Ronja in het Vondelpark houdt ze ons staande. ‘Wat een vrolijk kindje ben jij’ zegt ze tegen Ronja. Vervolgens kijkt ze mij aan en zei: ‘Het is zeker een jongetje he?’ Ik schud beleefd ‘nee,’ als inmiddels ervaren niet roze-georiënteerde moeder van een dochter. Na het bekende excuus: ‘Oh sorry, ik zag niet dat het een meisje was’, antwoord ik stoïcijns ‘Oh maakt niet uit hoor’.

Het is daarna dat het gesprek onverwachts een andere wending neemt. Ze wenkt met haar Nordic Walking stok naar mijn bollende buikje. ‘Ben je zwanger van de tweede?’ Ik knik. ‘Weer een meisje’, zegt ze, ‘als je een jongen had gewild had je vreemd moeten gaan van je man’. Dan loopt ze door. Verbaasd door haar onverwachte advies kijk ik haar na, terwijl ze ferm weg stapt. ‘Tsja, daar is het nu te laat voor’, stamel ik nog wat. Bij thuiskomst lacht mijn man, die zelf een tweede telg is, dat hij bij de 20 weken echo wel zal merken hoe trouw ik hem ben geweest.


Twee weken later loop ik met Ronja een winkel uit en zet haar in het fietszitje. Ik word op mij schouder getikt. Alweer een bejaarde dame lacht me hartelijk toe. Haar witte lokken zijn netjes opgestoken en haar lippen zijn lichtroze gestift. Ze zegt: ‘Moet zij niet iets op haar hoofd, een helmpje ofzo?’ Tijdens het vervolg van haar goedbedoelde verhaal over een van de fiets gevallen kleinkind, bedenk me hoe ik dit gesprekje op een vriendelijke manier kan afwimpelen. Het lukt me aardig als ik geheel naar waarheid zeg dat Ronja nijdig wordt van dingen die ze niet zelf van haar hoofd kan halen. De dame knikt begripvol en we nemen afscheid. Naar huis fietsend mijmer ik na over het verschijnsel van deze ongevraagde waarschuwingen, adviezen en tips. Ze komen ongetwijfeld uit een goed hart, maar voelen vaak toch als een berisping als ze onverwacht op je afgevuurd worden.

Bij het stoplicht draait een man die duidelijk niet door heeft dat ik zwanger ben zijn autoraampje naar beneden en zegt: ‘wat heb jij een dikke buik zeg’, dan rijdt hij door. Verbouwereerd door zijn botheid springen de tranen in mijn hormonale ogen. Ik besluit spontaan alle bereidwillige, beleefde maar vooral beschaafde bejaarde dametjes met goed bedoeld advies in mijn hart te sluiten.

Voorlopig dan.


Roos