dinsdag 30 augustus 2011

Het is een meisje!

We krijgen meisje! Een tweede dochter. Volgens de echoscopiste was er geen twijfel mogelijk. Ze trappelt al flink en reageert net als Ronja destijds erg enthousiast op de warme chocolademelk die ik in mijn buikje giet. Alle kleertjes van Ronja kunnen dus lekker goedkoop een tweede ronde mee en ik hoef me geen zorgen te maken over een afwijkende vorm van luier verschonen.

(Bij de komst van een jongetje had ik geschreven: ‘Jeeej, lekker shoppen’ en voor de luierkwestie had ik me al aangemeld voor een workshop verschonen bij een vriendin met zoon).


Vrijwel iedereen die ons nieuwtje hoort reageert grappend met iets als: ‘Die arme Peter, met drie vrouwen in huis’ of ‘Dus jullie moeten nog een keer voor een jongetje’. Nu heb ik tijdens mijn eerste zwangerschap en na de komst van Ronja heel hard en vaak geroepen dat het daarbij zou blijven. Door mijn huidige zwangerschap neemt niemand mijn woorden natuurlijk meer serieus, maar laat ik het zo zeggen: ik denk nu niet dat er een derde telg komt. Uitgaande van een voorspoedige bevalling en een gezonde afloop en is het wat mij betreft straks KWARTET, and that’s it!


Op een nieuwssite las ik onlangs over een onderzoek waaruit bleek dat een gezin met twee dochters het meest harmonieus is en daarmee de ouders het gelukkigst maakt. Nu ben ik zelf enigst kind, al mijn vriendinnen mét zus zijn daar erg mee in hun nopjes. Het percentage gescheiden ouders verspreid over zus-zus, broer-zus, broer-broer relaties binnen mijn vriendenkring ligt echter ongeveer gelijk. De gelukzalige meisje-meisje synergie lijkt na eigen observatie vooral vruchten af te werpen voor de twee dochters en niet persé voor de ouders.


Zal de magische combinatie van twee dochters ons leven voorspoed en harmonie brengen? Wij houden ons maar vast aan het principe van wishful thinking of beter nog: ‘self-fulfilling prophecy’; een zelfbevestigende voorspelling. Het vooruitzicht op de toekomstige gezinssamenstelling maakt in ieder geval nu al verdomd gelukkig.


Roos

dinsdag 23 augustus 2011

Oma

Je komt ze vaak in babywinkels en in parken tegen. Zwangere vrouwen of jonge moeders die met hun eigen moeder op stap zijn. Het leek me altijd een moment waarop je samen met je moeder kon gaan tutten en je verheugen op de komst van haar kleinkind en jouw baby of op al het moois wat de kleine nog zou meemaken.

Maar als je moeder net als die van mij zelf nog maar net uit de luiers is van haar tweede leg is er simpelweg minder tijd om samen weg te dromen en te shoppen. Toen ik zwanger was van Lou hebben mijn moeder en ik geen rompertjes uitgezocht. En konden we niet eindeloos kopjes thee drinken terwijl we namen bedachten want mijn kleine broertjes en zusje moesten naar hockey worden gebracht of er moest een traktatie worden gebakken voor op school. Ik had toen wel behoefte aan dat getut en vond het jammer dat het er niet van kwam. Tijdens mijn tweede zwangerschap had ik het zelf al veel te druk met Lou om uren lang over mijn buik te aaien en samen met mijn moeder taartjes te eten. Toen kwam het er dus weer niet van want zowel zij als ik waren volop bezig met onze kinderen.

Maar je ziet duidelijk een verschil tussen de oma en de moeder, hoe jong haar eigen kinderen dan eigenlijk nog zijn. Ze smelt als ze wordt geroepen of als ze ziet hoe die twee kleintjes aan het spelen zijn. Ze kan zich bijna niet beheersen en wil ze het liefst de hele dag door verwennen en knuffelen. Ze is een lieve oma van 53. Het is vertederend om te zien hoe je eigen moeder zo van je kinderen kan genieten en houden. En dat is eigenlijk veel leuker dan eindeloos samen in de HEMA scharrelen.

Blanca.

dinsdag 16 augustus 2011

Echo

En dan ben je plotsklaps twintig weken zwanger, alweer op de helft! Ik kan me niet heugen me ooit zo lamlendig, beroerd en hopeloos gevoeld te hebben als tijdens de afgelopen periode, behalve tijdens de vorige zwangerschap. Maar genoeg gezeurd en getreurd; de misère is voorbij! De energie sijpelt na drie maanden geleidelijk mijn lichaam weer in. De heerlijke zwangerschapsgloed die ik me zo goed herinner van de vorige keer vloeit eindelijk weer door mijn aderen.

Halverwege de zwangerschap zijn betekent ook dat je ervoor kan kiezen om een Structureel Echoscopisch Onderzoek te laten doen, in de volksmond gewoon de 20 weken echo. Ondanks dat mijn vorige zwangerschap vlekkeloos verlopen is, vonden we het deze keer weer belangrijk om alles goed na te laten kijken. Deze keer zou een negatief getinte uitslag immers niet alleen invloed op Peter en mij hebben, maar ook op Ronja. Mocht de nieuwe telg bijvoorbeeld door een lichamelijke afwijking de eerste periode in het ziekenhuis moeten doorbrengen dan moeten we voor Ronja goede opvang regelen.

Afgelopen maandag was het zover. De hele dag loop ik door het huis te ijsberen en de zenuwen werden steeds erger. Ik laat alles uit mijn handen vallen, sneer naar Peter en vraag me ondertussen af of dit onder stress of hormonen valt. Straks weten we niet alleen of ons nieuwe kindje gezond was, maar ook of Ronja een broertje of een zusje krijgt. Als je aan Ronja vraagt wat er in mama’s buik zit zegt ze soms Ernie (van Bert) en soms krijg ik alleen een kus op mijn buik; we hopen dat het geluk heeft gebracht.

Iris, de echoscopiste, is erg aardig en checkt eerst of alles aan de baby zit en of alles het juiste formaat heeft. Des te meer er in orde blijkt te zijn, des te minder ik denk aan de sekse van de baby. Peter krijgt het nog even benauwd als Iris lang stil is terwijl ze het hartje bekijkt, maar alles blijkt in orde. Het kindje is gezond!

Nu is het dan toch tijd om tussen de beentjes te gluren om te zien wat het wordt;

een jongen of een meisje? Een zoon of een dochter? Een broertje of een zusje? De echoscopiste zoekt even, zoomt in en zegt dan tegen ons: Nou zeg het maar. Wij turen en turen, maar zien niets wat duidt op een antwoord op onze brandende vraag.

Zal ik het dan maar verklappen? zegt ze.

Wordt vervolgd....

Roos

dinsdag 9 augustus 2011

Boos


Vandaag heeft ze iets gedaan waar ieder ouder voor vreest en waar mensen het over hebben als het om een dwarse peuter gaat. Haar broer hebben er nooit op kunnen betrappen maar het is nog maar half twee in de middag en ze heeft al een paar aanvallen achter de rug.

We hadden net afgerekend in de supermarkt toen ik haar vertelde dat ze de zware boodschappentas niet mocht dragen en dat ik dat ging doen. Voor ik het wist lag ze daar te spartelen en te gillen. Ze had zichzelf voor de boodschappenkarren op de grond gegooid en het zag er niet naar uit dat ze zelf weer ging opstaan. Ze maakte zichzelf helemaal slap zodat het bijna onmogelijk was om haar op te pakken, en zo gleed ze een aantaal keer uit mijn handen als ik haar onder haar armen probeerde op te tillen. En ondertussen natuurlijk het gegil. Het is gelukkig augustus en het lijkt er op dat wij en nog maar een paar andere gekken in de stad zijn gebleven, de rest is heel verstandig op vakantie gegaan, dus het viel wel mee met de starende en keurende blikken.

Maar wat te doen met het razende kind? Ik heb haar onder mijn arm gepakt en buiten op de fiets verteld dat zo’n woede uitbarsting niet kan. Anderhalf uur later herhaalde de scène zich weer maar dan thuis omdat ze moest gaan slapen. Nu ligt ze lekker in haar bedje en hopelijk blijft ze daar nog wel een uur. En wie weet was de “ik gooi mezelf op de grond scène” maar een boze droom. Ik ben bang van niet.


Blanca

dinsdag 2 augustus 2011

Eerste Woordjes


Ronja’s woordenschat begint de afgelopen tijd in rap tempo toe te nemen. Waar ze eerst vooral papa, mama, klaar, en kokoo (vogel) zei, heeft ze binnen een paar weken een heel nieuw repertoire opgebouwd. Ze heeft het over koe, paard, teen, haar, buik bloem, tas, opa en natuurlijk oma met haar dakkie (dakterras). Daarnaast zijn er meer en meer woorden die ze begrijpt maar nog niet zegt. Eerst reageerde ze alleen op woorden als melk en eten, maar nu pakt ze vol enthousiasme haar schoenen, sjaal, beer, fles, boek van de plek waar het ligt. Ze loopt naar de kast, tafel, bank, bed, gang of slaapkamer als je haar vraagt daar iets te pakken. Mijn favoriet is om haar en raar hoedje op te doen en te zeggen: ‘Kijk maar in de spiegel’. Na een waggelend sprintje werpt ze een blik in de spiegel, schaterlacht en komt vrolijk de kamer weer in.

En des te meer ze begrijpt, des te meer wij haar nieuwe begrippen aanbieden en herhalen.

Er zijn ook woorden die opeens ten tonele verschijnen zonder dat we daar enkele invloed op gehad hebben. Laatst liepen we door de Jordaan met Ronja in de rugdrager en hoorden we opeens: ‘ijsss’. We keken om en zagen dat er inderdaad een voorbijganger met een ijsje langskwam. Twee weken eerder hadden we in de auto een ijsje gegeten en haar wat likjes gegeven en er verder weinig aandacht aan besteed. Kennelijk heeft dat ene momentje op haar veel meer indruk gemaakt op haar dan op ons. De volgende ochtend werd ik wakker van Ronja die met volle overtuiging zei: ‘Mama, ijsss’. En ik was extra trots, omdat ijsss ook een van mijn eerste woordjes was.

Haar nieuwste woordje is muis. Helaas komt dit niet door de aanschaf van een nieuwe knuffel of het liedje ‘Onder de vloer van Mark zijn huis’, maar door de recente aanwezigheid van deze kleine grijze beestjes in ons huis. Nooit eerder hadden we muizen in huis, maar de open balkondeur die ons voorzag van een briesje tijdens hete zomerdagen en een kruimelende Ronja hebben het hier toegankelijk en paradijselijk voor ze gemaakt. Dit komt onmiskenbaar doordat wij het erg vaak over muizen, muizenkeutels en muizengif hebben gehad. Ook mijn verhaal over de muis die vlak voordat ik naar bed ging de slaapkamer in rende, en vooral de heftige emotie in mijn stem daarbij, zullen een ongetwijfeld hun sporen hebben achtergelaten.

Door Ronja’s taalhonger neem ik me de laatste dagen telkens voor om niet te vloeken of andere rare dingen te zeggen. Wie weet wat ze oppikt en op een ontoepasselijk moment (en vol trots) met de rest van de wereld wil delen. Ik oefen voorlopig dus braaf door op oeps, jeetje, tjonge en natuurlijk verdikkeme.

Roos