dinsdag 27 september 2011

De Naam

We hebben het onszelf niet gemakkelijk gemaakt door opnieuw zwanger te raken van een meisje. Het is natuurlijk heerlijk zo’n tweede dochter, maar hoe noem je haar? Met de naam Ronja hadden we beide het gevoel goud in handen te hebben en waren er van overtuigd dat er geen naam was die daar aan kon tippen. Hij is lief en stoer en heeft tevens het Scandinavische tintje dat naar Peters Deense achtergrond verwijst.

Wij waren ook blij dat we het zo roerend eens waren over Ronja’s naam. Zeker na het verhaal van een Deense vriend van Peter. Hij woont in Kopenhagen en is in maart vader geworden van een zoon. Een week na de geboorte belde Peter om hem te feliciteren en informeerde hierbij terloops naar de naam. Wat bleek, die was er nog niet, ze konden geen benaming bedenken waar ze zich beide goed in konden vinden. In Denemarken hebben ouders tot een half jaar na de geboorte de tijd om met een naam op de proppen te komen. Dat is duidelijk andere koek dan de drie dagen na de geboorte waarbinnen je je baby moet aangeven in Nederland. Tijdens ons bezoek aan de jonge Scandinavische ouders afgelopen zomer waren ze er bijna uit, maar ze wilde ook de laatste twee weken benutten om er nog eens goed over te peinzen

Hoe vind je een naam die even leuk is als die van je eerste kind? We hadden nog een hele lijst met jongensnamen liggen van de eerste zwangerschap en dat gaf raar genoeg het gevoel dat we gebeiteld zaten. Maar toen bleek dat er weer een klein grietje in mijn buik groeide hadden we een probleem. We verwezen elkaar naar de Denemarken vakantie die nog in het verschiet lag. De naam Ronja hadden we daar bedacht dus deze keer moest het daar ook lukken. De heenrit speelden we verwoedde pogingen ‘namen ping pong’; we wierpen elkaar namen toe en gaven ze dan een cijfer. Geen enkele naam scoorde echter hoger dan een achtje. Lichte paniek sloeg toe; het moest en zou deze vakantie lukken. (No pressure...)

En zo geschiedde het tot onze grote opluchting ook; op het strand bij zonsondergang, tijdens het schelpjes zoeken. Weer een tien, niets meer aan doen. Beklonken en bezegeld met een zoen. Heerlijk.

Roos

dinsdag 20 september 2011

Moeilijke vragen

Het kan in één keer keihard gaan. Zo heb je een klein kindje die net baby af is en zo heb je een schoolgaande zoon die je overrompeld met de meest gecompliceerde vragen.

Wat is dood?, Kun je eten als je dood bent?, Waar was ik voordat ik was geboren?, Waarom zijn die twee mandrillen op elkaar geklommen, en waarom hijgt die ene de hele tijd? Waarom gaan er mensen en dieren dood? En natuurlijk, hoe komen baby’s in de buik van hun moeder? Dit lijkt me genoeg stof om over een jaar uit te spreiden maar deze vragen zijn mij de afgelopen week gesteld. Tot mijn grote spijt en zijn grote spijt had ik geen antwoorden. We hebben het moeten doen met vage reacties van mijn kant en slappe afleidingsmanoeuvres.

Ik heb mijn eigen moeder altijd horen zeggen dat kinderen vragen stellen als ze toe zijn aan antwoorden erop. Eerlijk gezegd zie ik hier inderdaad wat in, alleen was ik nog niet klaar voor al die vraagstukken. Hij denkt natuurlijk over van alles na en er zijn tal van dingen die je niet kan bedenken als je vier bent. Dus vraag je hat aan je ouders. Ik heb nu in ieder geval wat tijd gehad om te wennen aan dit soort vragen zoals bijvoorbeeld, hoe komt een baby uit een buik?

Het is natuurlijk waar dat hij het zich afvraagt en dus een antwoord aankan. Maar dat betekent nog niet dat die toe is aan droge biologie lessen en aan antwoorden zoals ‘we gaan allemaal een keer dood’. Het blijft dus een beetje voorzichtig aanvoelen waar hij aan toe is, zonder te liggen en zonder rare dingen erbij te halen zoals ooievaars met baby’s aan hun snavels. Lastig. Wat ik nu in ieder geval nodig heb is een beetje inspiratie om te kunnen uitleggen waarom die mandril toch zo aan het hijgen was.

Blanca

dinsdag 13 september 2011

Tweede Zwangerschap

Vanmorgen werd ik wakker van een klein meisje dat naast me een mantra van nieuw verworven vocabulaire zat op te dreunen: ‘Bus, trein, auto rijen, toren, bed, bloem, boot, huis, komkom, boem, mais, broodje, kaas, eten, poppetje, sgoen, beer, konijn, neus, teen, buik, BEEBIE, BEEEEBIE’. Nog voor ik echt wakker ben wordt de deken van mijn lijf gerukt en wordt mijn buik bedolven onder de kusjes. ‘Beebie, meisje, zusje’, Ronja heeft volgens mij geen flauw idee wat er zich echt in mijn buik afspeelt maar ze is dol op de commotie die hij te weeg brengt. Papa aait erover heen, de verloskundige voelt er aan en houdt er tikkende apparaatjes tegenaan en de rest van de mensheid heeft het telkens over mama’s grote buik.

Het is goed dat Ronja me regelmatig op mijn groeiende buik wijst, want het klopt wat ze over een tweede zwangerschap zeggen: Je doet hem er een beetje bij. Zo zit ik gisteravond wat versuft bij zwangerschapsyoga. Na een half uurtje rekken en strekken zegt de docente: ‘Ga met je adem naar je kindje’. Mijn hersens knarsen, ‘Kindje... Kindje.. Ohja, ik ben zwanger’. Mijn aandacht gaat even helemaal niet naar mijn baby, maar naar de verwondering over mijn warrigheid. Wat zou ik anders doen op deze stormachtige herfstavond tussen tien andere dikke buiken? De rest van de avond focus ik me met grote intensiviteit op het ongeboren meisje dat in mijn buik rondzwemt. Ze lijkt nog een beetje beledigt want ik krijg niet direct een reactie op mijn plotselinge avances.

Alles gaat sneller deze zwangerschap; de weken, de spierverweking en hopelijk straks ook de bevalling. Volgens de verloskundige komt dat laatste ook wel goed; tijdens ons eerste weerzien zei ze dat zij die een tweede zwangerschap aandurven, beloond worden met een snelle ontsluiting en een vlotte uitdrijving. Na deze plastische aanmoediging liepen we ietwat onthutst naar huis. De bevalling, die waren we voor het gemak ook even ‘vergeten’....

Roos



dinsdag 6 september 2011

Naar School

Vandaag was het zover, Lou’s eerste schooldag. De afgelopen weken vroeg iedereen of hij er zin in had. En gebruikte vrienden en familie vooral het woord spannend. Zijn antwoord was altijd dezelfde: geen zin. De keuze voor het woord spannend was niet echt de goede. Elke keer als het S woord weer viel keek hij bedenkelijk en een beetje angstig. Lou associeert spannend met eng, en het is echt de allerliefste jongen van de hele wereld maar het is niet echt een held (net zoals zijn moeder).

Ik denk dat hij een eng gebouw voor zich zag waar een mevrouw op hem zat te wachten en waar er allerlei enge spannende dingen gebeurde, niet echt iets waar je zin in hebt dus. Ik had dan ook allerlei ramp scenario’s in mijn hoofd van een huilende Lou die zich vast hield aan zijn vaders been terwijl deze weg probeerde te komen richting de uitgang. Of Lou die een dag lang niks durf te zeggen en met een pruillip alleen nog maar nee kan schudden.

Maar u raadt het al ik had het gelukkig helemaal mis. Hij heeft zich nog wel een paar tellen achter de lange benen van zijn vader verscholen. Maar na een paar minuten had hij al zijn naam herkend op een van de stoelen en ging hij erop zitten. Even later nadat de juf een stukje uit een boek had voorgelezen durfde hij al in de kring te zeggen dat het gekozen boek niet echt iets voor hem was. Hij heeft ook onze vakantie in Frankrijk uitvoerig besproken.

Het enige wat hij jammer vond was dat hij tussen de middag naar huis moest om een boterham te eten. Ik heb net zoals mijn dappere zoon er weer alle vertrouwen in.


Blanca